Grote vogels, erg grote vogels
Ooit hebben vogels het grote uitsterven van alle andere dinosauriërs overleefd. Dat lag er voor een groot deel aan dat ze zo klein waren. Des te merkwaardiger is het dat in de periode daarna reuzenvogels zijn ontstaan. En daar onder waren heel bijzondere exemplaren. Wat te denken van de schrikvogels, in het Engels bekend als terror birds. Goed drie meter hoog, een 400 kilogram zwaar, joegen deze loopvogels in Zuid Amerika op alles wat zich bewoog. Onschuldiger waren planteneters als Gastornis , teruggevonden in Noord-Amerika en Europa. Ze waren een kleine drie meter hoog en voorzien van een grote kop met enorme snavel. Zij leken op de imposante dondervogels uit Australië. Die zijn verwant aan eenden en daarom in het Engels bekend als de Demon Duck. Behalve deze loopvogels die het vliegen hadden opgegeven waren er ook zeevogels als de Pelagornis, met een spanwijdte van meer dan 7 meter, en lange snavels voorzien van pseudo-tanden. De vogel met het grootste vleugeloppervlak was een Zuid Amerikaanse gier Argentavis magnificens, met een gewicht van 70 kilo. Dit was een vliegkampioen , met een super zweefvermogen dankzij brede vleugels die ook tot wel meer dan 7 meter spanwijdte konden hebben.
Tot 1400 leefden trouwens in Nieuw Zeeland nog verschillende moa soorten, grote loopvogels tot drie en een halve meter hoog. En duizend jaar geleden liep op Madagaskar de olifantsvogel nog rond, de zwaarste van alle, slechts drie meter hoog, maar tot wel 700 kilo zwaar. Grote vogels hadden en hebben het dus moeilijk. Waarom het in de evolutie dan toch steeds weer geprobeerd wordt? Groot zijn heeft voordelen, het schrikt vijanden af, het helpt om makkelijker warm te blijven als het koud is. Maar als groot dier heb je wel veel voedsel nodig om je gewicht op peil te houden, en dat voedsel moet maar altijd beschikbaar zijn. De vogels ontstonden als speciale groep binnen de dinosauriërs. Toen was de plek van de grote planten- en vleeseters al door andere dinosauriërs ingenomen. Binnen een andere groep van de reptielen hadden zich vliegende reuzen gevormd, de pterosauriërs. De grootste soorten hadden een spanwijdte van over de tien meter. In zee heersten de plesiosauriërs en ichthyosauriërs als geduchte rovers. Vogels deden er dus toen goed aan om zich wat bescheiden op te stellen, qua grootte. De grote klap van een meteorietinslag maakte 66 miljoen jaar geleden een einde aan alle grote reptielen en dinosauriërs. Kleinere vogelsoorten overleefden. In de leegte die al die grote uitgestorven soorten overlieten begonnen daarna een aantal vogelsoorten de gok toch te wagen. Loopvogels gaven het vliegen op, en een aantal van hen werden enorme planteneters, en vleesetende jagers. En als al gezegd zochten ook een aantal vliegende soorten het in een grote omvang. Het bleef een riskante aangelegenheid. Klimaatwisseling en de opkomst van de zoogdieren - steeds groter wordende soorten, en een onaangename kleinere soort genaamd Homo sapiens - maakten aan al deze avonturen een eind.
Dat als laatste van alle dinosauriërs op aarde er nu meer dan tienduizend soorten vogels rondvliegen hebben ze dus zeker niet aan hun grootte te danken. Wel aan hun hoge stofwisseling, die het ze veroorlooft om extreem behendig, langdurig en efficiënt te vliegen. Alles in hun bouw is gericht op gewichtsvermindering, heel lichte botten, geen zwaar gebit en kaken. Daarvoor in de plaats een heel slim geconstrueerde snavel, die geschikt is voor heel veel soorten voedsel. Flexibiliteit van succesvolle vogelsoorten zit hem ook in hun snelle groei. De jongen-tijd is eerder een kwestie van weken dan van maanden. Wat andere dinosauriërs al ontwikkeld hadden, verenpakketten en een aanzet van vleugels, hebben vogels geperfectioneerd en ontwikkeld om daadwerkelijk mee te kunnen vliegen. Iets wat andere dinosauriërs nooit gelukt is. En heel belangrijk, relatief voor hun beperkte lichaamsomvang hebben de succesvolle vogels grote hersenen. Met als slimste vogels de kraaiachtigen en de papegaaiachtigen. Maar vlak onze vele zangvogelsoorten ook niet uit. Waarschijnlijk hebben 66 miljoen jaar geleden vooral kleinere vogels die van noten en vis leefden de klap overleefd. Bessen, planten en insecten waren lange tijd niet meer beschikbaar. Daarna is er een explosie van vogelsoorten geweest, vooral ook door seksuele selectie. Mannetjes zetten alles op alles, in verentooi en zang. En wij mogen daar nog steeds dagelijks van genieten.
TIP Hoe het met de vogels zo ver gekomen is, welke in hun 150 miljoen jaar lange geschiedenis overleefd hebben, en welke niet , is te lezen in het gloednieuwe boek van Steve Brusatte: The Story of Birds.
Vond je dit een waardevolle nieuwsbrief? Deel hem dan met andere natuur- en wetenschapsliefhebbers
Vond je dit een boeiend onderwerp? In onze nieuwste podcastaflevering duiken we nog dieper in de wondere wereld van de biologie en de tijd.
Luister de podcast via Spotify of Apple Podcasts.
Tot de volgende keer! Menno en Erwin
Blijf op de hoogte!
Wil je meer weten over de geheimen achter ons biologie en andere fascinerende natuur- en wetenschaps onderwerpen? Abonneer je dan op onze podcast en Substack via mennoenerwin.nl, en mis geen aflevering meer. Direct naar de podcast ? Link naar de podcast
Woensdag → nieuwe podcast online die overal te beluisteren is op alle podcast spelers maar ook op substack.
Zaterdag/zondag een nieuwsbrief NL met een uitgebreider verhaal over het onderwerp van deze week met soms 5 tips over het onderwerp in het Nederlands
Je kan zelf kiezen wat je in de mailbox krijgt nederlands engels of alleen de podcast ga naar je settings van substack en zet daar uit wat je niet meer wil ontvangen. Je kan ook alles uitzetten en toch lid blijven van onze substack en dat je dus geen mails meer krijgt.





