Onze Max doet het als F1-coureur relatief goed. Maar met soms minder dan 100 milliseconden reactietijd op het start(=licht)signaal, legt hij het nog steeds af tegen menig insect. Een vlieg klaart de klus in 5 milliseconden. De gemiddelde, niet al te getrainde mens reageert op een lichtsignaal in 180 milliseconden. Een geluidsignaal verkort dat tot 140, en een aanraking tot 130 milliseconden. En dat lukt alleen door snelle en speciale sprongachtige zenuwsignalen in onze zenuwbanen. Veel andere reacties, op temperatuur, darmsignalen, pijn en zweet doen er seconden over.
Die snelle zenuwgeleiding, van wel 120 meter per seconde, lukt ons dankzij een vetlaag om onze zenuwen. Deze myeline-laag isoleert de elektrische signalen in de zenuwuitlopers van de omgeving. Voor de snelheid zijn vooral regelmatige onderbrekingen in de myeline van belang. Want bij elk van deze knopen wordt het signaal extra versneld. Deze sprongsgewijze (saltatorische) geleiding is heel typisch voor alle vertebraten. Bij insecten ontbreekt myeline, en daar ligt de signaal snelheid met 1-5 meter per seconde heel veel lager. Hoe kan het dan dat de reactiesnelheid bij insecten toch zo veel hoger ligt? Ten eerste zijn de afstanden bij insecten veel kleiner, vaak maar enkele millimeters. Dat komt ook omdat veel signalen in insecten niet helemaal naar de hersenen gaan maar naar zenuwknopen (ganglia), verdeeld over het lichaam. En dat leidt al direct tot een reactie. Tenslotte kan voor bijvoorbeeld vliegbewegingen één enkele zenuwimpuls een spier wel honderd keer mechanisch laten samentrekken
En dan is er nog de snelheid van waarneming. Mensen laten zich gauw foppen. 24 beelden per seconde zien we al als een vloeiende film. Toch kunnen we wel 60 flitsen per seconde zien. Insecten kijken veel sneller. Ze zien tot wel 400 lichtflikkeringen per seconde. Met hun facetogen zien ze ook veel meer en ruimtelijker dan wij mensen. Een en ander verklaart waarom onze jacht op mug en vlieg niet altijd succesvol is. Veel jagende dieren zijn wel niet zo snel als insecten, met hun reactietijd van 1 tot 5 seconden. Maar een jachtluipaard haalt de 20 milliseconden, zwaardvissen hebben aan 15, en sommige mollen aan 8 milliseconden genoeg. Kreeftjes en garnalen kunnen net zo snel zijn als het snelste insect. Maar kwallen slaan, of beter gezegd steken alles. Die vuren netelcellen af binnen de 0,0007 milliseconden. Wij normale mensen steken daar met 150 tot 300 milliseconden wel heel zwakjes tegen af. Er is een troost, je kan er op trainen. Zoals Max Verstappen, tal van andere sportbeoefenaars en professionals dagelijks bewijzen.
Vond je dit een waardevolle nieuwsbrief? Deel hem met iemand die ook graag stilstaat bij wat er buiten gebeurt.
Wil je lid worden? Abonneer je gratis via mennoenerwin.nl. Elke woensdag de podcast, elk weekend dit verhaal — in het Nederlands, zonder dat je ernaar hoeft te zoeken.
Vond je dit een boeiend onderwerp? In de podcast van deze week hoor je ons er verder over praten.
Tot de volgende keer! Menno en Erwin


