Kaarten, gebruikt door mens en dier
De oudst bekende menselijke kaart is 3,6 bij 6, 8 centimeter groot. Op de kaart staat een rivierdal afgebeeld tussen twee heuvelruggen. Volgens de begeleidende tekst (in spijkerschrift) beschrijft de kaart het grondbezit van de heer Azala. Het kleitablet, in 1930 gevonden in Irak, stamt uit de 24e eeuw voor het begin van onze jaartelling. Waarschijnlijk diende de kaart als bewijsstuk voor een grondoverdracht. Precies zulke kaarten gebruiken vleermuizen en vogels als spreeuwen en postduiven, maar dan om zich te oriënteren. En bij hen zitten zulke kaarten in het hoofd. Ook de meest gebruikte menselijke kaart diende voor kompas oriëntatie, op zee. De Vlaamse maker Gerard Mercator kon niet vermoeden dat zijn tweedimensionale kaart uit de zestiende eeuw ooit een politiek instrument zou worden. Wat op elke globe duidelijk wordt, de kaart van Mercator klopt in het geheel niet bij het weergeven van de grootte van landen. Op zijn kaart is Groenland net zo groot als het continent Afrika. Terwijl Groenland in werkelijkheid veertien keer zo klein is. Kort geleden hebben de VN ingestemd met het gebruik van de eerlijker “equal earth” kaart. Iedereen stemde voor, behalve de Verenigde Staten. Het gebruik van kaarten voor prestige of als eigendomsbewijs lijkt aan mensen voorbehouden.
Het raadplegen van kaarten in je hoofd is net zo wijd verbreid bij dieren als bij mensen. In zulke kaarten spelen oriëntatiepunten een grote rol. Je hebt experimenten nodig om te herkennen of en welke oriëntatiepunten er gebruikt worden. In 1938 publiceerde de latere Nobelprijswinnaar Nico Tinbergen zijn onderzoek naar het terugvinden van nesten door solitaire graafwespen. In elk nest zit een enkele larve. Regelmatig bezoekt de vrouwelijke wesp de nesten om haar jongen .te voeren. Tinbergen kon aantonen dat dennenappels en ander bakens gebruikt werden om de nesten terug te vinden. Door die bakens te verplaatsen gingen de wespen op andere plekken zoeken. Op een zelfde manier gebruiken honingbijen, mieren en andere insecten aanwijzingen in de omgeving om zich te oriënteren.
Het gebruik van kenmerken in de omgeving is uitgebreid aangetoond in het laboratorium, onder andere bij ratten, duiven, mezen en kraaiachtigen. In het veld zijn experimenten gedaan met vleermuizen en duiven over de rol van landkenmerken bij hun vluchten. Ook bij lange afstand vogeltrek speelt het landschap een rol. Aan de ene kant zijn er de erfelijk vastgelegde trekprogramma’s. Eerstejaars zangvogels laten in het laboratorium hun trekroute naar Afrika zien aan de hand van nachtelijke trek-onrust in de vliegkooi. De lengte en de richting van hun reis, eerst naar Gibraltar, en dan met een knik naar het oosten, naar het binnenland van Afrika, is allemaal terug te lezen in hun nachtelijke vliegbewegingen. Maar naast die erfelijke component speelt ook ervaring met en herkenning van het landschap een rol. Dat toonde Perdeck in de vijftiger jaren aan met zijn verplaatsingsexperiment van spreeuwen naar Zwitserland. De normale vliegroute in de herfst voert veel van onze spreeuwen naar Zuid Engeland. De volwassen spreeuwen vlogen daar ook vanuit Zwitserland heen. Maar de jonge spreeuwen, zonder eerder trekervaring, kwamen in Zuid Frankijk en Spanje uit. Ze hadden de richting en afstand goed, maar misten de ervaring om gebruik makend van landschapskenmerken de traditionele overwinteringsplaats te bereiken. Ons eigen gebruik van interne landkaarten merken we bijvoorbeeld als er onverwacht een wegdeel is afgesloten. Dan kunnen we niet meer afgaan op de vertrouwde oriëntatiepunten. En moeten we in ons hoofd ineens een nieuwe routekaart bedenken.
Vond je dit een waardevolle nieuwsbrief? Deel hem met iemand die ook graag stilstaat bij wat er buiten gebeurt.
Wil je lid worden? Abonneer je gratis via mennoenerwin.nl.
Vond je dit een boeiend onderwerp? In de podcast van deze week hoor je ons er verder over praten.
Natuurwandeldagboek
NAtuurwandeldagboek + Wandeldagboek-app. Bundel €79 (boek + app-jaar + verzending; los boek €29,90).
Podcast blijft gratis.
Tot de volgende keer! Menno en Erwin


